Etymologie

Etymologie

 

 

Het ontstaan van een naam.

De naam Sman verklaard?

Helaas, neen.

Namen zijn al lange tijd van groot belang voor de mens en de samenleving. En in onze huidige samenleving is een bestaan zonder naam welhaast onmogelijk te noemen. In onze cultuur en tijdsgewricht zijn ouders al lang voor de geboorte bezig met het kiezen van een naam voor voor hun kind en krijgt het die ook bij de geboorte, ongeacht de omstandigheden. Maar tot voor kort werd voor een doodgeboren kind of een kind dat overleed voor een geneesheer of vroedvrouw officieel de geboorte had kunnen vastgestellen, door de ambtenaar van de burgerlijke stand geen geboorteakte opgesteld, maar een akte van aangifte van een levenloos kind, vaak zonder naam. U zult dat in onze genealogie ook herhaaldelijk tegenkomen.

Historie van de naamgeving.

Elke naam heeft een betekenis, aanvankelijk vaak in relatie met een totem. Zelfs bij de joden was dit nog het geval, zo is Rachel bvb schaap, Lea is koe.  Over totems zijn vele theorieën ontwikkeld, het wezen van een totem is dat de mens door zijn naam bij een groep hoort.

Onze namen.

1.Unieke namen

Oorspronkelijk had iedereen een unieke naam, b.v. Adam (mens), Eva (levend met de slang), Noach (rustgever), Abraham (vader van vele volkeren) enz.... Naarmate  de mens zich vermenigvuldigde, moesten de mensen de namen aanpassen om een onderscheid te kunnen maken, Zo ontstonden de dubbele namen, denk maar aan het Nieuwe Testament waar enkele van de  leerlingen van Jezus een dubbele naam hadden, Simon (Petrus en de Zeloot) en Jacobus ( de Meerdere en de Mindere).

Bij de Romeinen waren niet bijzonder veel voornamen, de bekendste waren Marcus, Tiberius en Titus. De namen Quintus en Sixtus zijn ontstaan omdat men de kinderen ging tellen. Daardoor had men bij de Romeinen al heel vroeg behalve een praenomen (voornaam) een nomen (familienaam) en een cognomen (een bijnaam).Bekendste voorbeeld bij ons is Caius Julius Caesar.

2.Eennamen en dubbelnamen

Tot in de Middeleeuwen hebben de Germanen het stelsel van de eennamigheid gekend. Vaak ging het om "wensnamen" zoals Brecht (schitterend, beroemd). Ter onderscheiding kregen de kinderen dan een dubbelnaam die uit de naam van de twee voorouders was samengesteld: Wolf en Gang werd Wolfgang ( als een wolf ten strijde gaan), of Bern en Hard werd dan Bernhard (als een beer zo sterk). Deze naamgeving bestond ook voor vrouwen: Alde en gonde (ervaren en strijd), Irm en gard (krachtige beschermster) Mecht en (h)ild (machtig strijdster). Later ging de betekenis van de samenvoegingen verloren en ontstonden er soms zinloze combinaties zoals Gerbrand (speer en zwaard) of Hildegonde (strijd en strijd).            

3.Afstamming, herkomst, beroep en eigenschap

In de naam Karol-ing-er betekent -ing "zoon van, verwant met" In het noorden van ons taalgebied treffen we nu nog varianten op -ing aan in afstammingsnamen zoals Mentink, Nanninga. De Karolingers zijn genoemd naar Karel de Grote (karel = vrij man), maar in dat geslacht waren meer mannen die Karel heten, en zo krijgen we Karel de kale, Karel de dikke...enz. In latere tijden gaat men dan koningen of heersers aanduiden met nummers (Hendrik VIII, Albert II). vanaf de 11de eeuw komt er een ander systeem  in de afstammingsnamen, aan de voornaam van de vader, soms ook van de moeder, wordt het achtervoegsel -zoon (sone) toegevoegd. Dit vervaagd al snel van -zoon tot -sen of zelfs -s. Afleidingen van  de oorspronkelijke Germaanse namen  zijn oa Willem(sen), Fredericks, en Hamers(zoon). Op deze manier zijn ook namen ontstaan uit de voornamen, voorbeelden hiervan zijn: Jans(en(s)), Pe(e)ters, ...enz. Bij de namen op -en gaat het dan om een zwakke genitiefuitgang die dezelfde functie heeft als -s. vb Moonen <-> Moons. nog een andere vorm van afleidingen is die met -mans: Peetermans (afstamming), Puttemans (herkomst), Boermans (beroep). Afstammingsnamen met een "zoon van element" bestaan ook in andere talen: McDonald, O'Hara, Ben Goerion.. Ten tijde van de kruistochten toen enorme groepen mensen samen onderweg waren ontstond een verdere nood aan onderscheiding. En zo ontstonden herkomstnamen als Godfried van Bouillon. Ook in de steden gingen de poorters zich noemen naar beroep en zo onstonden dan namen als Jan de Timmerman, die zich dan op hun beurt lenen tot afleidingen-s vb Timmermans. En verder belangrijk systeem van naamvorming waren de bijnamen dat aanvankelijk alleen in de vorstelijke kringen  bestond, denk aan Richard Leeuwenhart. de nu nog in omloop zijnde namen als Swart, Derooij hebben zeker iets met de haarkleur te maken terwijl Degroote en Klein naar de gestalte verwezen.

4.Latinisering

In de renaissance was het mode een Latijnse, meestal vertaalde, naam aan te nemen. Zo heette de alom gekende Mercator eigenlijk Kreemer( wat marktkramer, een beroepsnaam) betekende. Ortelius was voor hij die naam aannam gewoon Abraham. Terwijl  de bekende Nederlandse schrijver Couperus een kuiper moet zijn geweest. Andere voorbeelden zijn de 16e-eeuwse arts en chirug Andreas Vesalius die bij zijn geboorte nog Andries van Wesel(e) heette  en humanist Mantelius  wiens naam afkomt van Mantels (maker van).

5.Kerk en staat

Het concilie van Trente (1545-1563) legde de verplichting op tot het geven van vaste familienamen, zodat afstamming via het geboorte, huwelijks- en overlijdensregister in iedere parochie geregistreerd en ook gekontroleerd kon worden. Na de Franse revolutie ontstond dan de "burgerlijke stand" en nam de staat de registratie van de kerk over. Dit heeft in sommige landen en bij bepaalde bevolkingsgroepen tot vreemde en allerlei nieuwe familienamen geleid. De Joden bijv. hadden tot dan toe geen familienaam naar westerse traditie en moesten nu een familienaam gaan kiezen om bij de nieuwe instelling "burgerlijke stand" geregistreerd te kunnen worden. Zo ontleende de rijke bankiersfamilie uit Frankfurt am Main zijn naam aan het rode uithangbord, das rote Schild, dat aan hun huis hing en ontstond de naam Rothshild. Rubinstein is geïnspireerd door de schittering van de robijn, maar die gelijk aan aan de Hebreeuwse naam Ruben ( een zoon) herinnert. Namen als Goldstein en Perlmutter behoren ook tot deze groep.Ook de namen van bloemen inspireerde voor nieuwe namen en er ontstonden namen als Tulpenthal, Lilienfeld, Rosenthal en Rosenberg. Rosenberg was bekend als de man die de Amerikaanse atoomgeheimen aan de Russen ging verklappen. De uitvinder van de Amerikaanse Atoombom Oppenheimer ( naar het stadje Oppenheim)  was overigens ook van Duits-Joodse origine. Sommige Joden wilden evenwel niet weten van deze nieuwe naamgeving en weigerde zich te laten registreren. De ambtenaren deelden dan maar zelf gewoon namen uit, soms op een heel pesterige manier; de veruit bekendste is Streisand zoals de Amerikaanse zangeres Babara Streisand  nog altijd heet. Streusand werd in de boerderijen en in de herenhuizen op de vloer gestrooid om vervolgens samen met het vuil bijeengeveegd te worden. Andere voorbeelden van lachwekkende namen zijn: Zuckertort, Spiegelglas en Limonad.                       

Ook in Nederland namen sommigen het Keizerlijk decreet om zich te laten registreren onder een geslachtsnaam en familienaam niet ernstig  Bij de ambtenaar volgde ze hun inval van het ogenblik. Hieraan danken we nu namen zoals Naaktgeboren, Zonderkop, Kalfsvel, Borst, enz...

Dat namen een exportproduct werden zagen we al bij de Joodse namen maar ook ander namen gingen die weg op. De voorouders van president Eisenhouwer schreven hun naam nog als Eisenhauer (smid), de Olympische zwemkampioen en latere akteur Johnny Weismuller heete voordien Weis Mueller (Molenaar).

5.Vondelingen     .     

Vondelingen kregen niet de naam van de familie waar ze in terecht kwamen, meestal werden ze genoemd naar de plaats waar ze gevonden werden zo ontstonden namen als Kerkstoel, Zandbak en Klimop. Vrijdag en Middernacht zijn dan weer namen die verwijzen naar het tijdstip van de vondst

6. De naam (van der) Sman.

Zoals we boven zagen ontstonden "echte" familienamen pas in de Middeleeuwen en wel bij de adel in de 12e en 13e eeuw. In de 14e eeuw kwamen ze in zwang bij de burgerstand, hoewel al vanaf de 10e eeuw als verschijnsel voorkwam dat prijzende of pejoratieve (minachting uitdrukkend) bijnamen als erfelijke familienamen werden doorgegeven. Dit vastleggen van de burgerlijke staat werd een voldongen feit door het gebruik van doopregisters in de 16e eeuw. (Concilie van Trente, zie boven)

Vele Germaanse familienamen zijn afkomstig uit de dagen van het heidendom (althans van vóór de kerstening) en in de loop van de tijd dermate ingekort dat ze niet meer verklaarbaar zijn. Andere vinden hun oorsprong in het aannemen van de geboorteplaats of in (verbasteringen) van een oorspronkelijke beroeps- of bijnaam, welke vaak betrekking had op bepaalde lichamelijke of zedelijke eigenschappen.

De naam Sman biedt geen enkel houvast tot het vinden van een oorsprong. Wél geeft de ongewone plaatsing van de medeklinkers sm, welke plaatsing er vaak toe leidt dat de naam verkeerd gespeld of uitgesproken wordt, gerede aanleiding om er van uit te gaan dat er oorspronkelijk een ander naamsdeel aan vooraf gegaan is. Zo dit zo mocht zijn, zal dat een zogenaamde 'stomme' e geweest zijn, welke door de loop der tijd ingeslikt werd. Je komt dan op 'esman', 'hesman', o.i.d. (Es: stuk landbouwgrond; hes: bewoner van Hessen in Duitsland.

Overigens is er een aardige familieanekdote in omloop welke als naamsoorsprong een verbastering van het Duitse begrip 'Wandersmann' aangeeft. Wandersmänner waren rondtrekkende Duitse arbeiders die zich, vluchtend voor de troebelen tussen Bohemen en Taborieten, in Nederland vestigden. Goed gevonden; maar deze verklaring gaat wél uit van de volledige, samengestelde, naam 'van der Sman'. De voorvoegsels 'van der' werden echter pas rond de 2e helft van de 16e eeuw toegevoegd. Vóór die tijd werd alleen Sman als familienaam opgevoerd. De -dan nieuwe- toevoeging 'van der' zal overigens (gezien het feit dat zulks vrijwel gelijktijdig bij alle takken voorkomt) te maken hebben gehad met een officialiseren van de herkomst in het kader van de al eerder genoemde instelling van doopregisters.

Het aantal naamdragers bedroeg bij de volkstelling van 1947 volgens het Nederlands repertorium van Familienamen: